Foto Harro Meijnen

Bijlage

Onderstaand artikel is in april 2018 verschenen in het politievakblad Blauw

"Dit onderzoek grijpt je naar de keel"

In zijn veertigjarige loopbaan werkte hoofdinspecteur Gerrit Thiry (60) over de hele wereld en leidde hij diverse geruchtmakende (moord)onderzoeken. Maar niets is te vergelijken met de complexiteit en de druk van het onderzoek waarin hij zich nu al ruim drie jaar vastbijt: de aanslag op vlucht MH17

Tekst Erik van der Veen. Fotografie Harro Meijnen

Foto: Hoofdinspecteur Gerrit Thiry (fotograaf Harro Meijnen)

"We stellen ons ontzettend kwetsbaar op door anderen bij ons in de keuken te laten kijken en feedback te vragen"

Gerrit Thiry kreeg op 20 juli 2014 – drie dagen na de aanslag – het verzoek coördinerend teamleider te worden van het MH17-onderzoek. ‘In al mijn enthousiasme heb ik toen ja gezegd, niet wetende wat ik over mezelf af riep. Aan de andere kant is het ook een eer natuurlijk. Dit onderzoek grijpt je naar de keel en laat je niet los.’ Tegelijkertijd eist een onderzoek van deze omvang na drie jaar zijn tol. ‘Sociaal gezien heb ik enorm ingeleverd. Ik ben geen weekend vrij en behoorlijk afgevallen. Ik vind het heel mooi dat ik dit mag doen, het doel is een uitspraak van een onafhankelijk rechter. Samen met het OM doen we er alles aan om dat te bereiken. Het mooiste zou zijn als er iemand op zitting staat, maar het
kan ook bij verstek. Ik ben ervan overtuigd dat dit gaat gebeuren. En dan gaan we ervoor dat dat ook nog voor mijn pensioen gebeurt.’

Wat komt er allemaal kijken bij zo’n groot onderzoek? Thiry geeft acht handvatten.

Gebruik bij een stuwmeer aan informatie het speelveldmodel

Wilbert Paulissen is als hoofd van de landelijke recherche mijn leidinggevende. De dagelijkse aansturing van het opsporingsteam doe ik, samen met drie officieren van justitie. In het begin was er enorm veel informatie. Mede daarom hebben we gekozen voor het speelveldmodel. Daarbij zoek je naar de ideale teamsamenstelling met de juiste specialismen om in een ingewikkeld of grootschalig opsporingsonderzoek het doel op de meest efficiënte en effectieve manier te bereiken. Ook hebben we het onderzoek opgedeeld in een aantal deelprojecten en hebben we vertegenwoordigers op gebied van Informatie, Expertise, Analyse en Tactiek om tafel gezet om sneller te schakelen. Dat werkte heel goed. Regelmatig overleg ik met Wilbert en het diensthoofd van DLIO om te kijken naar de behaalde resultaten. We formuleren nieuwe ambities en bepalen hoe we daar de juiste mensen bij kunnen vinden.’

Betrek zoveel mogelijk specialisten

‘Het unieke aan dit onderzoek is dat er zo veel specialismen aan meewerken. We krijgen daarbij alle medewerking van de eenheden. Zo meldden zich twintig Russisch en Oekraïens sprekende collega’s. Een aantal helpt ons nog steeds bij het ontsluiten van de tapgesprekken en berichten op social media. Dat is voor mij een mooi voorbeeld van de meerwaarde van één politiekorps. Een tip voor collega’s: mocht het tot een aanslag komen, zorg dan dat je heel snel expertise op het gebied van informatie, analyse en tactiek bij elkaar brengt.’

Reken op een langdurig onderzoek

‘Aan de hand van foto’s, video’s en tapgesprekken hebben we kunnen vaststellen dat het BUK-systeem waarmee MH17 uit de lucht is geschoten afkomstig was uit Rusland en daar ook weer naar terug is gegaan. Nu richten we ons op de individuele strafbaarheid van de betrokkenen. Ik denk dat we nog minimaal vijf jaar bezig zijn met deze zaak. Voor het team is het soms lastig om constant de focus te houden op dit ene onderzoek. Rechercheurs zijn vaak meer dynamiek gewend. We werken samen in het JIT (Joint Investigation Team, red.), een opsporingsteam met collega’s uit België, Oekraïne, Maleisië en Australië. We vormen één front. Het bestaat nu uit 55 personen en een aantal collega’s werkt in het field office in Kiev. Zij luisteren daar telecomberichten uit en analyseren die.’

Wees vindingrijk

‘De wetgeving van het land waarin iets plaatsvindt, is leidend. Zo moet in Oekraïne bij een getuigenverhoor altijd een Oekraïense politieambtenaar aanwezig zijn. Wil een getuige dat liever niet, dan bedenken we een andere manier. Die persoon naar Nederland halen bijvoorbeeld. We doen alles zo veilig en transparant mogelijk. Een gevleugelde  uitspraak binnen het team is: we hebben al 298
slachtoffers te betreuren, dus we brengen geen getuigen in gevaar.
Dit onderzoek is met geen enkel ander onderzoek te vergelijken. Normaal gesproken kun je altijd op een plaats delict komen. Maar we zijn nog nooit in Oost-Oekraïne geweest omdat het nog altijd oorlogsgebied is en Nederland de daar uitgeroepen republiek niet erkent.
Ook speciaal aan het onderzoek: we hebben in Finland drie testen met een BUK-raket uitgevoerd. In een geprepareerde testomgeving hebben forensische experts van de JIT-landen een springkop en een complete raket tot ontploffen gebracht om bepaalde hoeken en snelheden van een explosie te kunnen meten. Het is natuurlijk een niet-alledaagse en kostbare operatie om raketten te laten ontploffen, maar het is gelukt. Ook hebben we in Oekraïne twee testen gedaan om wetenschappelijk te kunnen onderbouwen waar vandaan de BUK is afgeschoten. Het voornaamste doel van die testen was het berekenen van de baan van de raket en het vergelijken van het schadebeeld met de aangetroffen sporen op de crashsite.’

Valideer alle informatie

‘We hebben zo’n tachtig internationale rechtshulpverzoeken gedaan. Op dat vlak is er nauwelijks te klagen over medewerking. Van Rusland hebben we ook steeds antwoord gekregen, al was dat niet altijd exact wat we wilden hebben en ook niet altijd in het juiste format. Alles wat we krijgen - getuigenverklaringen, fotomateriaal, audio et cetera - moeten we vanuit onafhankelijke bron op waarde schatten.’
 

"De hele wereld kijkt mee, dus dat geeft wel een andere dimensie"

Blijf transparant

‘Als BV Nederland kunnen we dit onderzoek maar één keer goed of fout doen. We staan wereldwijd in de etalage en kunnen ons niet permitteren dat we onjuiste info inbrengen. Gelet op de reacties na de internationale persconferentie van het JIT (op 28 september 2016) denk ik dat er behoorlijk wat waardering is. De eerste dagen was er heel veel druk. Iedereen zat vol vragen, terwijl wij ook niet alle antwoorden hadden. Dat is nu wel tot rust gekomen. Ik leg vooral mezelf de druk op. De hele wereld kijkt mee, dus dat geeft wel een andere dimensie. Alle media-uitingen worden tot op het hoogste niveau afgestemd. En de Veiligheidsraad heeft resoluties aangenomen, specifiek over dit onderzoek. Dat zegt voldoende. Maar er is geen sprake van politieke sturing.
De relatie tussen het OM en het onderzoeksteam is echt heel goed. We maken nog elke week vorderingen, dus er is genoeg te bespreken. Het liefst zouden we iedereen willen laten weten wat we zelf weten, maar uiteindelijk presenteert het OM de onderzoeksbevindingen in de rechtszaal. Wel informeren we daar waar mogelijk de nabestaanden.’

Gebruik de hulp van burgers

‘We hebben veel aan informatie van burgers. Via social media wordt er ontzettend veel gezien en gedeeld dat je later nodig kunt hebben als bewijs. Ik raad elke collega aan om direct na een incident blogs, tweets, foto’s en dergelijke met een schermafbeelding vast te leggen. Soms wordt informatie later aangepast of verwijderd en dan kun je het niet meer terughalen.  We sturen niemand, maar vragen mensen wel zorgvuldig te zijn met wat ze publiceren. Vooral het onafhankelijke onderzoekcollectief Bellingcat heeft veel social media ontsloten, al nemen wij die informatie natuurlijk niet zomaar mee in ons onderzoek. Als zij foto’s of links hebben gevonden, dan stellen we die na onderzoek veilig. Kort geleden hebben we een nieuwe foto van de BUK-installatie gepubliceerd. Binnen no time hadden we de coördinaten te pakken. Kort daarop mailden burgers foto’s vanaf die bewuste plek. Zelf volgen wij de social media natuurlijk ook. Alternatieve scenario’s trekken we na. Kunnen we een scenario al direct ontkrachten, dan documenteren we dat en geven we aan waarom we er niet op investeren.’
Bewaak de rust in het onderzoek ‘Ikzelf onderhoud geen contact met de nabestaanden. Dat is een bewuste keuze geweest om een zekere afstand te bewaren en te voorkomen dat ik iets zeg dat niet handig is. Ik werk het liefst in de luwte zonder al te veel afleiding. Gelukkig is er veel rust en vertrouwen in het onderzoek. Het vordert langzaam, maar dat is uit te leggen. We hebben te maken met een enorme hoeveelheid informatie, een taalbarrière, een ontoegankelijk gebied. Uiteraard hebben we veel te maken met randzaken. Door daarop direct te reageren, proberen we onrust te voorkomen. Dat genereert wel veel extra werk. Je moet constant vooruitkijken en anticiperen. Wat je vooral niet wilt, is dat de eigen organisatie of nabestaanden worden overvallen door nieuwe informatie. Daarop zijn we heel scherp. En steeds wegen we af of we de nabestaanden daarover informeren. We willen geen onnodige onrust veroorzaken.’

Bouw reflectie in

‘Er zijn ongetwijfeld dingen die we beter hadden kunnen doen. We stellen ons ontzettend kwetsbaar op door anderen bij ons in de keuken te laten kijken en feedback te vragen. We hadden tegenspraak van twaalf collega’s, maar dat werkte niet goed door de grootsheid van het onderzoek. Daarom kozen we voor kritische tegenlezers. Het OM heeft een aantal reflectiekamers georganiseerd met officieren van buitenaf en politie-experts. Externe partijen kijken of we onze big data goed op orde hebben en we laten het kwaliteitsbureau regelmatig controleren
of we alle bevindingen goed vastleggen. Ik wil voorkomen dat mijn opvolger niets kan terugvinden als ik ooit weg ga en het dan nog niet tot een vervolging is gekomen. Dat is voor mij een erezaak. Ik vind het heel belangrijk dat de nabestaanden weten wat er precies is gebeurd en wie daarvoor verantwoordelijk waren, nog even los van vervolging.’ •

Reageren op dit artikel?
Mail naar erik.van.der.veen1@politie.nl