Het onderzoek naar de crash van de MH17 valt buiten alle kaders en is onvergelijkbaar met andere onderzoeken. Dat zeggen de recherche-officier van het Landelijk Parket en de leider van het JIT-onderzoeksteam.

Wie regelmatig de media volgt is vermoedelijk wel bekend met de term TGO wanneer het gaat om (politie)onderzoeken naar zeer ernstige strafbare feiten. TGO staat voor Team Grootschalige Opsporing. Het betekent in de praktijk dat het hoofd van de recherche van een politie-eenheid samen met de rechercheofficier van justitie van een regionaal arrondissementsparket (Openbaar Ministerie) beslist over het zo snel mogelijk inzetten van de benodigde hoeveelheid opsporingscapaciteit. In de regel gaat dat om 20 rechercheurs al dan niet aangevuld met specialisten en onder leiding van een of twee officieren van justitie. Meestal gaat het bij TGO’s om levensdelicten. Daarnaast kennen opsporingsdiensten en OM nog het projectmatige onderzoeken waarmee gespecialiseerde teams soms jarenlang bezig zijn. Dat gaat vaak om onderzoeken naar zware, georganiseerde criminaliteit.

Buiten alle kaders

Het onderzoek naar de crash van de MH17 valt buiten alle kaders en is onvergelijkbaar met andere onderzoeken, zo zeggen de rechercheofficier van het Landelijk Parket Evert Harderwijk en de leider van het JIT-onderzoeksteam Gerrit Thiry. “Er zijn wel meer onderzoeken met veel slachtoffers, er zijn meer onderzoeken waarvan de plaats delict (PD) in het buitenland is, er zijn meer onderzoeken waarbij de PD niet direct te bereiken is en er zijn meer onderzoeken die juridisch complex zijn en lang duren, maar zo groot en zo breed als dit onderzoek maakten we niet eerder mee in onze loopbaan van meer dan 30 jaar”, aldus de opsporingsspecialisten.

Foto: Reconstructie van MH-17 op vliegveld Gilze-Rijen

Evert Harderwijk begeleidt als recherche officier van het Landelijk Parket het onderzoek daar waar het gaat om de inhoud van de opsporing. Een recherche officier is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de officieren van justitie van zijn parket en is samen met de teamleider van de recherche verantwoordelijk voor de kwaliteit van de recherche en de verdeling van de recherche capaciteit. “Ik heb vooral geprobeerd de officieren en politiemensen die het onderzoek doen, hun werk te kunnen laten doen. Dat de opsporing wel op de juiste manier kon plaatsvinden.” Harderwijk noemt het al wat oudere maar zeer belangrijke voorbeeld van de terugkeer van de lichamen van de slachtoffers. “Dat moest zorgvuldig en respectvol gebeuren, en na identificatie moesten de lichamen zo snel mogelijk aan de nabestaanden worden teruggegeven. Maar de mogelijke restanten van een eventueel wapen moesten wel veiliggesteld worden: in het belang van de opsporing en de waarheidsvinding. Die kans hadden we maar één keer en die moesten we dus grijpen, met het oog op een eventuele rechtszaak.”

Velen betrokken

“Met dit onderzoek waren in het begin enige honderden mensen, onder leiding van acht officieren van justitie bezig. Afhankelijk van de noodzaak zijn daar in de loop van de tijd mensen bijgekomen, maar is er ook menskracht afgegaan”, zo zegt Gerrit Thiry. En er is natuurlijk expertise van andere diensten nodig geweest. “Wat dacht je van radarexperts, raketspecialisten, wapen- en explosievenspecialisten, luchtvaartspecialisten?”

Nog steeds omvangrijk

Het team zoals dat in het begin bezig was met onderzoek, is in de loop van het onderzoek teruggebracht, maar is onlangs ook weer uitgebreid tot een man of 50. Dat is nog steeds een bijzonder groot team. ,,Er is nu ook andere expertise nodig dan in het begin van het onderzoek, dus die expertise halen we in huis”, aldus Gerrit Thiry. Hij is vanaf het begin belast met de dagelijkse leiding van het onderzoeksteam dat op een vaste locatie in het midden van het land zijn kantoor heeft. Van het team maken ook mensen van de andere JIT-landen deel uit. ,,We doen het samen”, aldus Thiry.
“De betrokkenheid bij de zaak en de internationale belangstelling voor het onderzoek zijn nog onverminderd groot. Het betekent soms ook dat je heel veel partijen moet informeren en betrekken bij de besluitvorming”, aldus Harderwijk.

Doorgaan

Het onderzoek is zoals bekend nog niet klaar. Op dit moment worden bijvoorbeeld de resultaten van de oproepen in mei 2018 onderzocht. Maar over de inhoud daarvan kunnen en willen zij op dit moment niets zeggen. Wel willen de heren kwijt dat ze doorgaan, net zo lang tot voldoende duidelijk is wie verantwoordelijk zijn voor de gebeurtenissen op 17 juli 2014. “Pas dan en niet eerder zullen wij stoppen.”

“Dit onderzoek grijpt je naar de keel”

In het interne politievakblad Blauw heeft in april 2018 een interview gestaan met Gerrit Thiry, teamleider Nationale Politie. Daarin geeft hij een blik achter de schermen en vertelt hij wat het onderzoek met hem en wat het met het team doet. Zie bijlage